Pepijn Kennis is een echte Brusselaar die al heel wat petjes op heeft gehad: activist voor tijdelijke bezetting van gebouwen, lid van het Brussels Parlement, gastprofessor, sinds kort Fellow bij het programma 40u40 en nu projectleider bij Fair Ground Brussels. Zijn doel? Economische modellen (her)uitvinden om betaalbare sociaal-culturele ruimtes te behouden of te creëren in een stad die steeds duurder wordt. Ontmoeting met een gepassioneerd man die de coöperatie ziet als een hefboom om Brussel te transformeren… en die tussen twee vergaderingen door op de fiets door Europa trekt.
FGB: Hallo Pepijn. Sommigen kennen je al van gezicht of naam, maar kun je ons je parcours tot nu toe schetsen?
Pepijn: Mijn parcours is sterk verankerd in Brussel, waar ik ben opgegroeid en aan de VUB heb gestudeerd. Na een master in stedelijke studies in verschillende Europese steden ben ik bij de organisatie Toestand gaan werken. Daar werkte ik aan de tijdelijke bezetting van gebouwen, zoals het project Allée du Kaai. Zo boden we ruimte aan mensen die daar financieel geen toegang toe hebben.
In 2019 nam mijn carrière een politieke wending door de burgerbeweging Agora, die het gekke en ambitieuze idee had om de democratie te veranderen door burgervergaderingen met gelote Brusselaars te organiseren. Na de verkiezingen zetelde ik vijf jaar lang als volksvertegenwoordiger in het Brussels Parlement. Daar heb ik me ingezet voor deliberatieve en burgerdemocratie en heb ik me intensief beziggehouden met onder meer de problematiek van betaalbare huisvesting.
Nu geef ik les aan de VUB en sinds september ben ik lid van het programma Belgium’s 40 under 40. Daar hou ik me met andere Fellows bezig met het zoeken naar manieren om betaalbare ruimtes in de stad te creëren, of het nu gaat om woningen of andere soorten ruimtes.
Ik zet dit engagement ook voort bij Fair Ground Brussels.
Wat heeft je gemotiveerd om over te stappen van de functie van bestuurder naar die van projectleider binnen de coöperatie?
Ik was sinds 2022 coöperant en daarna bestuurder. Wat mij ertoe heeft aangezet om van functie te veranderen, is het onderzoeksproject ReBuild, gefinancierd door de Helios Stichting in samenwerking met de VUB, Architecture Workroom Brussels en CityMin(e)d. We ontwikkelen concrete economische, financiële en organisationele modellen om betaalbare sociaal-culturele ruimtes te creëren of in stand te houden in een stad die steeds duurder wordt.
Wat zijn je prioriteiten bij FGB?
Mijn belangrijkste taak is het diversifiëren van de activiteiten van FGB. Momenteel is de coöperatie sterk afhankelijk van het model van de sociale verhuurkantoren, wat zowel een kracht als een zwakte is. Ik onderzoek daarom de mogelijkheid van ‘niet-huisvesting’: het identificeren van modellen voor ruimte voor verenigingen, cultuur of sociale economie. Modellen die duurzaam zijn en buiten de speculatieve markt vallen. Mijn prioriteit voor 2026 is het vinden van een concreet gebouw om een van deze modellen daadwerkelijk te testen.
Je bent ook geïnteresseerd in Europese subsidies. Welke rol moet Europa volgens jou spelen in de problematiek van het tekort aan betaalbare woningen?
De financialisering van vastgoed, waarbij gebouwen eerder een investeringsproduct worden dan een plek om te benutten, is een probleem dat veel verder reikt dan Brussel. Het Europees niveau is het best geplaatst om in te grijpen op de systemische oorzaken, ook al pakt Europa momenteel vooral de symptomen aan via fondsen voor betaalbare huisvesting. Ik verken vandaag de mogelijkheden voor FGB om Europese financiering te verkennen en zo het sociale doel van de coöperatie te versterken.
Wat zijn de mogelijke hefbomen om juist op de oorzaken in te werken?
In België zijn, in tegenstelling tot Frankrijk, de fiscale voordelen en hefbomen van de sociale economie weinig van toepassing op vastgoed, omdat deze sector als puur speculatief wordt beschouwd. Er is nog steeds een sterke lobby nodig om solidair en sociaal vastgoed te laten erkennen. Brussel zit vol met initiatieven, maar die staan vaak op zichzelf. Zo wordt iedereen individueel geconfronteerd met de institutionele complexiteit van België. Samen zouden we politieke en fiscale hefbomen beter kunnen activeren.
Wat is je droom voor FGB over vijf jaar?
Ik zou graag een netwerk zien ontstaan van betaalbare locaties waar verenigingen, vrijwilligersgroepen of actoren uit de sociale economie zich geen zorgen meer hoeven te maken over vastgoedbeheer of renovaties en zich kunnen concentreren op hun sociale missie, terwijl ze elkaar helpen. Een grootschalige coöperatie waar ruimtes worden gedeeld om de diversiteit en rijkdom van Brussel te behouden.
Om af te sluiten met een meer persoonlijke noot: is er een anekdote over jou die de coöperatieleden zou verrassen?
(Lacht) Misschien het feit dat ik lange internationale fietstochten heb gemaakt. Mijn kant als ‘fietsreiziger’ kent niet iedereen.
